Column | Je zult maar…

Joost Ardts | 3 juni 2019

Je zult maar boer zijn en door een windenergie exploitant worden benaderd met de vraag of je gedurende 15 jaar jaarlijks 50.000 tot 75.000 wil verdienen. Zal voelen alsof Gaston van de Postcode Loterij voor je deur staat en zo’n grote cheque laat zien, en dat ieder jaar weer, gedurende vijftien jaar. Je zult maar wethouder zijn in een gemeente die in 2050 volledig energieneutraal wil zijn.  Je zult maar gedeputeerde bij de provincie zijn en van het Rijk opgelegd hebben gekregen dat je als provincie, zoals alle provincies in Nederland, binnen de eigen provincie grenzen een forse hoeveelheid groene energie moet opwekken ook al leveren alternatieven buiten de provincie, zoals windmolens op zee, het beste rendement op. Je zult maar een van de 7534 inwoners van Ravenstein, Herpen, Huisseling, Deursen-Dennenburg, Berghem en Haren zijn die binnen een straal van 2 km van de geplande windreuzen wonen en last gaan krijgen van slagschaduw, waardedaling van hun huizen, geluidsoverlast en aantasting van de woonomgeving.

Een lastige afweging waarbij zeer veel partijen belangen hebben en waarbij het zaak is dat alle belangen goed gewogen worden. Zo zal je je als boer vast realiseren dat het nogal wat is om 7534 direct omwonenden, jouw buren, vrienden en familieleden, met deze overlast op te zadelen. Zo zal je je als wethouder en gemeente realiseren dat medewerking verlenen aan dit plan tot resultaat zal hebben dat al het vrije gebied rondom Oss door windmolens (Elzenburg-De Geer, Heesch, Stijbeemden, Lith-Oss-Den Bosch) wordt aangetast. En dat dit in het geval van de plannen rondom Stijbeemden totaal ingaat tegen de gerealiseerde plas en dras natuurgebieden ter bescherming van weidevolgels en verbetering van de biodiversiteit, maar ook dat Defensie bezwaar zal maken tegen windreuzen van meer dan 200 meter in het aan hen aangewezen laag vlieggebied. En dat je dan bewust kiest voor het blootstellen van 7534 mensen, en in het bijzonder kinderen, aan gezondheidsrisico’s als gevolg van hoorbaar en niet hoorbaar (ultrasoon) geluid. En ook nog eens flink veel claims kunt verwachten vanwege planschade en minder inkomsten voor de gemeentekas als gevolg van de feitelijke waardedaling van huizen waardoor enige kans op rendement uit de 200 meter hoge windreuzen bij voorbaat verwaarloosbaar zal zijn.

Ik zou die boer of wethouder niet willen zijn die voor deze afweging staat. Of anders gezegd, voor mij zou deze afweging een ‘no-brainer’ zijn. “Dit kunnen we niet maken ”, zou mijn conclusie zijn, “Dit gaan we niet doen”. Ik zou het onverteerbaar vinden dat ik willens en wetens de leefomgeving verpest met windmolens die meer op subsidie draaien dan op wind, mensen blootstel aan gezondheidsrisico’s en dat ik veroorzaak dat er een collectieve waardedaling van onroerend goed op zal treden in het aangetaste gebied.